Geschiedenis

drie kune kunes in de wei
liggende kune kune

Kune kunes staan bekend als de Maori-varkentjes uit Nieuw-Zeeland. Hun naam wordt uitgesproken als Cooney Cooney. Het Polynesische woord 'kunekune' betekent 'dik, rond'. De varkens komen oorspronkelijk niet uit Nieuw-Zeeland, blijkt uit fossiel onderzoek. Waar komen ze dan wel vandaan? Onderzoek aan de Universiteit van Auckland, met behulp van o.a. DNA-analyse, heeft aangetoond dat de kune kune vrijwel zeker van Aziatische afkomst is. Er zijn verschillende theorieën over hoe de varkentjes in Nieuw Zeeland terecht zijn gekomen. De meest waarschijnlijke theorie  is dat de kune kunes  in de Europese periode door walvisvaarders en handelaars  geïntroduceerd werden.
Vanaf 1790 werd Nieuw Zeeland bezocht door Amerikaanse en Europese ontdekkingsreizigers, walvisvaarders en robbenjagers. Sommigen van hen namen waarschijnlijk varkens uit Azië mee tijdens hun reis, om als voedsel te dienen. De varkens werden aan land vaak vrij gelaten om zich te vermeerderen, zodat ze geslacht konden worden bij een volgende reis naar Nieuw-Zeeland.Later werden de varkens door walvisvaarders gebruikt voor de ruilhandel met de Maori's.De Maori's hechtten veel waarde aan varkens, en hielpen de soort door Nieuw-Zeeland te verspreiden door ze als geschenk aan andere stammen te geven, of zelf half verwilderde kuddes te houden. Bij de Maori was het goed gebruik om grote geschenken, en dan liefst levende have, aan familieleden en leden van nabije stammen te geven.
De geschiedenis van de kune kune is dus nauw verbonden met de Maori's. En vanaf begin 1900 werden kune kunes alleen nog maar door de Maori gemeenschappen gehouden. In die dagen werden kune kunes graag gezien om hun gelijkmatige karakter en omdat ze niet de neiging hadden rond te zwerven. Ook werden ze gewaardeerd om de kwaliteit van hun vlees en vet, het vet gebruikt om voedsel te conserveren.Vet is het traditionele conserveringsmiddel voor Polynesische volkeren, in plaats van zout en pekel, zoals gebruikelijk was in Europa.

Wat gebeurde daarna?

Naarmate zich meer Europese kolonisten in Nieuw Zeeland vestigden begon de kune kune populatie te slinken. Veel van de Maori stammen die voorheen  hadden vertrouwd op de varkens voor vlees en het vet, begonnen nu meer de Europese voedingspatronen over te nemen. En het aantal kune kunes nam daardoor meer en meer af.In 1980 realiseerden twee wildpark eigenaren in Nieuw Zeeland zich dat  het kune kune varkensras op het punt stond uit te sterven. Hun vlees werd nauwelijks meer gebruikt door de Maori's en de dieren waren vrijwel niet bekend bij de bevolking van Europese afkomst. Er zouden nog maar vijftig raszuivere varkens in Nieuw-Zeeland zijn.Deze wildpark eigenaren doorzochten het hele land en kochten iedere raszuivere kune kune die ze konden vinden. Deze achttien kune kunes in totaal, vormen de basis van het huidige stamboek.

Met behulp van een groeiend aantal fokkers en eigenaren is de kune kune populatie tegenwoordig in gezonde toestand en door heel Nieuw Zeeland verspreid, er is redelijk grote vraag naar als geschikt varken voor kleine boeren.Kune kunes zijn ook geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk, de USA en het Europese continent. In Nieuw Zeeland, het Verenigd Koninkrijk en in Nederland zijn actieve kune kune genootschappen om alle raszuivere kune kunes te registreren.

twee biggen
Logon